Historicus Koen Marijt onderzoekt de transformatie van vissersdorp
In 2026 viert Zandvoort dat het tweehonderd jaar geleden van een arm vissersdorp transformeerde naar een populaire badplaats voor de welgestelde elite. Dit jubileum wordt gemarkeerd met de presentatie van het boek ‘En Zandvoorts heilig strand is van mijn togt het doel’, samengesteld door de 34-jarige historicus Koen Marijt en een groep lokale Zandvoorters.
Koen Marijt, afkomstig uit Noordwijk, heeft een lange geschiedenis met het bestuderen van de ontwikkeling van Nederlandse badplaatsen. Zijn afstudeerscriptie ging al over dit onderwerp, en hij besloot nu dieper in te gaan op de unieke opkomst van Zandvoort.
Tot 1826 was Zandvoort een geïsoleerd vissersdorp, waar de vrouwen via een moeilijk begaanbaar pad naar Haarlem moesten reizen om vis te verkopen. De infrastructuur was minimaal en het dorp was slecht bereikbaar voor buitenstaanders. Dit veranderde drastisch toen enkele rijke Haarlemmers en Amsterdammers besloten actie te ondernemen.
Hun plan omvatte de aanleg van een weg tussen Zandvoort en Aerdenhout, wat het voor de Haarlemse elite mogelijk maakte om met koetsen naar de kust te reizen. Daarnaast werd er een badhuis gebouwd, deels gefinancierd door koning Willem V. Het badhuis speelde een cruciale rol in de aantrekkingskracht van Zandvoort als kuuroord, omdat zeewater toen al bekend stond om zijn gezondheidsvoordelen.
De elite vond het belangrijk om in zee te kunnen baden en maakten gebruik van paardenkoetsen om naar de branding te rijden. In het badhuis konden ze zich onderdompelen in verwarmd zeewater, wat met een kostenplaatje van zo’n 80.000 gulden een aanzienlijke investering was voor die tijd. Het badhuis bood ook diningmogelijkheden, hoewel overnachtingen pas later werden geïntroduceerd.
De eerste contacten tussen de rijke bezoekers en de arme inwoners van Zandvoort waren minimaal. De elite leefde in een soort bubbel en vermeed het armoedige centrum van het dorp. Walter Sans, een Zandvoorter die bij het boek betrokken is, legt uit dat de elite zelfs om het centrum heen reisde via de Hogeweg.
Met de komst van de rijke Haarlemmers ontstonden er nieuwe kansen voor de lokale bevolking. Zandvoorters konden werk vinden bij de aanleg van de weg en er ontstonden nieuwe beroepen, zoals ‘badmannen’ die bezoekers hielpen bij het baden in zee. Ook werden er voor het eerst kamers verhuurd, wat leidde tot de oprichting van de eerste bed and breakfasts.
Later werd Zandvoort bereikbaar per trein, wat ook rijke Amsterdammers naar het strand trok. Echter, toen ook ‘gewone’ mensen Zandvoort ontdekten, trokken veel eliteleden naar andere bestemmingen zoals Domburg en Noordwijk.
Burgemeester David Moolenburgh is enthousiast over het onderzoek van Koen Marijt. Hij kende al enkele grote lijnen van het verhaal, maar ontdekte nieuwe feiten over de vijf elitaire mannen die destijds verantwoordelijk waren voor de transformatie van Zandvoort. Moolenburgh benadrukt dat Zandvoort toegankelijk moet blijven voor iedereen, ongeacht hun financiële middelen.
Naast de boekpresentatie wordt het 200-jarig bestaan van Zandvoort als badplaats ook gevierd met een lichtshow op het raadhuis, waarmee het dorp zijn rijke geschiedenis in ere houdt.


