Haarlem - Lokaal Nieuws

Vrouw ronselde zoon voor explosief in Haarlem

Jongeman betrapt vlak voor aanslag

De 41-jarige Jennifer A. uit Emmen wordt verdacht van het ronselen van haar minderjarige zoon om een explosief te plaatsen bij een woning in de Haarlemse wijk Schalkwijk. De politie greep op het laatste moment in, waardoor een mogelijke aanslag werd voorkomen. Deze zaak heeft grote gevolgen voor A., die nog in haar proeftijd zit na een eerdere veroordeling.

Volgens de officier van justitie was het een kwestie van seconden voordat de explosie had kunnen plaatsvinden. Op het moment van de poging waren de bewoners van het huis aan de Louis Pasteurstraat thuis, wat de situatie extra ernstig maakte.

Jennifer A. wordt ervan beschuldigd haar 17-jarige zoon en een 14-jarige jongen te hebben geïnstrueerd en voorbereid om het explosief te plaatsen. Ze zou informatie hebben gegeven over de aanwezigheid van bewakingscamera’s en reisadviezen hebben verstrekt voor hun route van Emmen naar Haarlem. Daarnaast was ze betrokken bij de aanschaf van materialen zoals zwaar vuurwerk, brandstof en bivakmutsen.

Op 12 februari werden de twee jongens betrapt vlak voordat ze het explosief zouden plaatsen. In hun tas werden zwaar vuurwerk en brandbare stoffen aangetroffen. Een 18-jarige man uit Lelystad werd later ook aangehouden als vermoedelijke opdrachtgever van dit plan. Jennifer A. werd in april gearresteerd, terwijl de jonge verdachten inmiddels weer op vrije voeten zijn.

De situatie brengt extra zorgen met zich mee voor Jennifer A., die nog onder toezicht staat vanwege een eerdere veroordeling voor een gewelddadig misdrijf. Dit houdt in dat het Openbaar Ministerie een vordering tot tenuitvoerlegging (TUL) heeft ingediend, wat kan leiden tot het uitzitten van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 180 dagen.

A. werd eerder veroordeeld omdat ze samen met twee mededaders in september 2021 een vrouw urenlang tegen haar wil had vastgehouden en mishandeld. Het Openbaar Ministerie heeft deze situatie dan ook serieus opgepakt.

In de rechtbank ontkent A. alle beschuldigingen en toont zich emotioneel over de beschuldigingen tegen haar. Ze benadrukt dat ze haar zoon nodig heeft en vice versa. De verdediging heeft verzocht om haar voorlopige hechtenis op te heffen, maar dit verzoek is afgewezen, wat haar mogelijkheden om contact met haar zoon te herstellen verder bemoeilijkt.