Initiatief om eenzaamheid te verminderen
In de Week van het Praatje, een initiatief van Roderik Schaepman, werden vanochtend op het Stationsplein in Haarlem gesprekken aangemoedigd tussen voorbijgangers. Het doel van deze actie is om mensen met elkaar in contact te brengen en zo eenzaamheid tegen te gaan.
Op het Stationsplein is een opvallend geel vak gemarkeerd, waar een bord aanmoedigt om een praatje te maken. Vier deelnemers probeerden gesprekjes aan te knopen, maar merkten dat veel voorbijgangers zich gehaast voelden, vaak met hun telefoon of koptelefoon in. Schaepman, die het initiatief lanceerde, begrijpt de terughoudendheid van mensen. “Als je ze begroet of naar ze zwaait, komen ze vaak alsnog in gesprek,” vertelt hij.
Volgens Schaepman blijkt uit onderzoek dat mensen steeds minder met elkaar communiceren. Hij wijst erop dat het aantal woorden dat we dagelijks gebruiken gestaag afneemt. Dit heeft volgens hem verontrustende gevolgen: “Als deze trend doorzet, zullen we in 2065 nauwelijks nog praten.” Vooral jongeren hebben moeite met gespreksvaardigheden; velen zijn bang om te bellen en in het openbaar vervoer zitten ze vaak met oordoppen en hun schermen voor zich.
Schaepman stelt dat er een denkfout gaande is: zowel jij als de ander denken dat niemand op een praatje zit te wachten. “Maar uit onderzoek blijkt dat 88 procent van de mensen het wel graag doet,” legt hij uit. Bijna alle gesprekken die worden gestart, verlopen succesvol.
Om mensen over hun schroom heen te helpen, heeft Schaepman een eenvoudig vijfstappenplan bedacht: kijk de ander aan, glimlach, groet, geef een compliment en begin dan het gesprek. Hij benadrukt dat de meeste praatjes slechts één tot drie minuten duren en dat we daar niet bang voor hoeven te zijn. “Je voelt je gelukkiger, minder eenzaam en krijgt meer zelfvertrouwen. Ik zie het als een wondermiddel, en het kost niets!”
De Week van het Praatje begon maandag op het Centraal Station van Utrecht en heeft inmiddels Deventer en Haarlem aangedaan. Schaepman is enthousiast over de reacties die hij ontvangt: “Dit is pas het begin. We zijn nog niet klaar totdat heel Nederland weer met elkaar praat.” Hij merkt op dat jongeren wel willen communiceren, maar vaak de durf missen. “Ik ben opgegroeid zonder telefoon; zij kennen dat niet anders.”
Terwijl het gesprek met een voorbijganger eindigt, probeert Schaepman opnieuw contact te leggen met iemand anders in de hoop op een nieuw kort gesprek. “Ik zie dat je graag een praatje wilt maken, maar ik heb echt haast!” klinkt het als reactie. Deze interactie illustreert perfect de uitdagingen en kansen die ons sociale leven bieden in deze moderne tijd.
