Matin Abbasi mist contact door crisis in zijn thuisland
Het Haarlemse gemeenteraadslid Matin Abbasi maakt zich grote zorgen om zijn familie in Iran, waar de situatie steeds nijpender wordt. Sinds de afsluiting van het internet is hij al een week zonder nieuws van zijn dierbaren, wat leidt tot toenemende angst en onzekerheid.
De onrust in Iran begon eind 2025, toen winkeliers in Teheran de straat op gingen uit protest tegen de torenhoge inflatie en de economische achteruitgang. Deze initiële demonstraties groeiden al snel uit tot grootschalige protesten tegen het regime. Volgens HRANA, een Iraanse mensenrechtenorganisatie in de VS, zijn er inmiddels duizenden slachtoffers gevallen. De situatie verergerde met de recente afsluiting van het internet, waardoor het voor Abbasi vrijwel onmogelijk is om te verifiëren wat er precies gebeurt.
“Het laatste contact was met mijn nicht, vorige week dinsdag,” vertelt Abbasi. “Door de internetuitval kan ik niet bevestigen of de beelden op sociale media actueel zijn.” Hij maakt zich vooral zorgen over de totale lockdown die deze week is afgekondigd, waarmee inwoners verboden wordt om de straat op te gaan. “Familieleden gaan toch de straat op, dus dat maakt het extra spannend,” voegt hij toe. “Je wilt gewoon horen dat het goed gaat.”
Matin Abbasi vluchtte dertig jaar geleden met zijn ouders en broertje naar Nederland vanwege de onveilige situatie in Iran. Zijn moeder was politiek actief en streed tegen het regime. Nu, als gemeenteraadslid voor de PvdA in Haarlem, probeert hij ook een bijdrage te leveren aan de maatschappij. “Ik zie het als mijn morele plicht om te spreken over de situatie in Iran. Ik wil een stem zijn voor de mensen daar,” zegt Abbasi.
In Haarlem is Abbasi inmiddels een bekend gezicht. Hij benadrukt het belang van de vrijheid van meningsuiting en de democratische waarden die Nederland kenmerken. “We leven hier in een democratie waarin we ons uit kunnen spreken zonder angst voor repercussies. Dat is iets wat ik probeer te koesteren,” legt hij uit.
De situatie in Iran roept veel herinneringen op aan de geschiedenis van het land. Sinds 1971 is Iran een islamitische republiek en onderdrukt het regime vrouwen en minderheden. Veel Iraniërs verlangen terug naar de periode vóór de revolutie, toen Iran nog een monarchie was. Abbasi waarschuwt echter dat deze periode vaak geromantiseerd wordt: “Ook toen was er sprake van dictatuur en onderdrukking. Een ideale situatie zou een vrije democratie zijn, waarin Iraniërs zelf hun leiders kunnen kiezen.”
De zorgen van Abbasi zijn representatief voor vele Iraniërs in het buitenland, die met angst toekijken op de ontwikkelingen in hun thuisland. Terwijl de demonstraties voortduren, blijft de hoop op verandering bestaan, maar de weg naar vrijheid lijkt nog lang.











