Haarlem - Lokaal Nieuws

Moeder ontkent betrokkenheid bij explosie Haarlem

Jennifer A. uit Emmen vraagt om vrijlating

De 41-jarige Jennifer A. uit Emmen heeft tijdens een zitting ontkend dat ze haar zoon heeft geronseld voor het plaatsen van een explosief bij een woning aan de Louis Pasteurstraat in Haarlem. Haar advocaat pleitte ervoor om haar in vrijheid te laten wachten op de verdere rechtsgang, omdat er naar zijn mening onvoldoende ernstige bezwaren zijn om haar langer vast te houden.

In februari van dit jaar werden twee jongens uit Emmen en Lelystad aangehouden na het plaatsen van een explosief in Haarlem. Een maand later volgde de arrestatie van een 18-jarige man uit Lelystad, die als vermoedelijke opdrachtgever wordt beschouwd.

Jennifer A. wordt beschuldigd van medeplichtigheid aan de poging tot ontploffing en van criminele uitbuiting. Het Openbaar Ministerie stelt dat zij haar zoon zou hebben ingeschakeld voor deze activiteit. Dit zou blijken uit diverse afgeluisterde gesprekken en WhatsApp-berichten, waaruit de rol van de moeder in de voorbereidingen van de aanslag zou blijken.

Onvoldoende bewijs volgens verdediging

De verdediging pleitte tijdens de zitting voor schorsing van de voorlopige hechtenis onder voorwaarden. Advocaat Wilco ten Have merkte op dat er een grote hoeveelheid aan afgeluisterde gesprekken is, maar dat het procesdossier beperkt is. Hij benadrukte dat hij eerst alle informatie grondig wil bestuderen, voordat er conclusies getrokken worden over de context van de gesprekken.

Bovendien is het motief volgens de advocaat onduidelijk, aangezien zijn cliënt geen relatie heeft met de slachtoffers. Ten Have wees ook op het feit dat een medeverdachte op vrije voeten is, wat vragen oproept over de consistentie in de behandeling van verdachten in deze zaak.

De advocaat stelde voor dat A. tijdelijk bij familie zou kunnen verblijven terwijl er gezocht wordt naar een begeleide woonvorm, hetgeen momenteel niet mogelijk is door haar detentie. De reclassering heeft aangegeven dat contact tussen moeder en zoon wenselijk is, maar dit kan niet plaatsvinden zolang A. in voorlopige hechtenis zit.

Het Openbaar Ministerie heeft zich tegen het verzoek van de verdediging verzet. Volgens hen sluiten de afgeluisterde gesprekken goed aan bij ander bewijsmateriaal en zijn de verdenkingen van uitbuiting ernstig genoeg om A. langer vast te houden. De reclassering heeft geadviseerd om de voorlopige hechtenis niet te schorsen, omdat er onvoldoende zicht is op mogelijke risico’s.

Aan het eind van de zitting sprak A. zelf haar verweer uit. Ze ontkende zichtbaar geëmotioneerd de beschuldigingen en benadrukte dat ze haar zoon nooit zoiets zou aandoen. “Mijn zoon wil dat ik zo snel mogelijk vrijkom”, aldus A.

De volgende voorbereidende zitting staat gepland voor 11 januari 2027. Het is belangrijk om te vermelden dat deze zaak mogelijk ook gevolgen kan hebben voor A.’s eerdere veroordeling. Ze zit nog in haar proeftijd van drie jaar wegens een gewelddadig misdrijf in Emmen, en als de rechter oordeelt dat ze opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd, moet ze haar eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van 180 dagen alsnog uitzitten.