Eigenaar Woodstock69 wijst op stijgende kosten
Ondanks de geweldige zomerse weersomstandigheden heeft strandpaviljoen Woodstock69 in Zandvoort te maken met tegenvallende omzet. Eigenaar Steef Molenaar merkt dat bezoekers voorzichtiger zijn geworden met hun uitgaven, wat de financiële situatie van zijn paviljoen onder druk zet.
Deze zomer was het weer perfect voor een dagje strand, maar Molenaar constateert dat dit niet automatisch leidt tot een toename van de omzet. “De sfeer is goed en ook mijn personeel doet het fantastisch”, vertelt hij. “Toch viel het me op dat het overdag rustiger was op het strand, een trend die ik vorig jaar ook al opmerkte.”
De stijgende kosten van levensonderhoud spelen volgens Molenaar een grote rol in deze ontwikkeling. Mensen hebben minder te besteden door de hogere prijzen voor boodschappen, brandstof en andere dagelijkse uitgaven. Dit heeft gevolgen voor hun uitgavenpatroon, vooral als het gaat om uit eten gaan. “Mensen kiezen er eerder voor om met een koelbox naar het strand te komen in plaats van duur te dineren”, legt Molenaar uit.
Terwijl de kosten voor personeel en inkoop stijgen, probeert Molenaar de prijzen voor zijn gasten zo veel mogelijk gelijk te houden. Dit resulteert in kleinere winstmarges, wat de financiële druk vergroot. Hoewel de situatie momenteel nog niet kritiek is, geeft hij aan dat een slecht seizoen ernstige gevolgen kan hebben voor zijn onderneming.
Een extra uitdaging voor paviljoen Woodstock69 is dat het elk jaar moet worden afgebroken en opnieuw opgebouwd. Molenaar schat dat deze jaarlijkse operatie ongeveer 150.000 euro kost. “Dat is geld dat je gewoon de zee in smijt”, zegt hij verontrustend. Hij pleit voor de mogelijkheid om het paviljoen het hele jaar door te laten staan, ook al is het in de winter niet altijd geopend. Dit zou niet alleen kosten besparen, maar ook bijdragen aan duurzaamheid door minder vervoersbewegingen.
De afbouw van Woodstock69 is inmiddels gestart, en Molenaar blijft hopen op snellere besluitvorming met betrekking tot de vergunningen die nodig zijn om jaarrond open te blijven. “Na 33 jaar in het vak maak ik me vooral zorgen over wat er gebeurt als het weer een keer níét meezit”, zegt hij. Voor nu houdt hij vol: “Wat moet, dat moet…”
