Feestelijke viering met pannenkoeken en toespraak
Molen De Eenhoorn, gelegen aan het Zuider Buiten Spaarne in Haarlem, heeft recent zijn 250-jarig jubileum gevierd. Bij deze feestelijke gelegenheid waren er diverse activiteiten, waaronder het aanbieden van taart en pannenkoeken, alsook toespraken van betrokkenen. Hoofdmolenaar Jos van Schooten toonde zich trots op de molen en zijn rijke geschiedenis.
Bij de molen aan de Zuid Schalkwijkerweg was het een drukte van belang. Een partytent was omgebouwd tot een tijdelijk pannenkoekenrestaurant, terwijl de wieken feestelijk waren versierd met vlaggetjes. De sfeer was uitgelaten en iedereen genoot van de festiviteiten.
Hoofdmolenaar Jos van Schooten straalde van vreugde. “Het heeft even geduurd om dit feest te organiseren, maar het weer werkt vandaag echt mee,” vertelde hij. “Dit is het landelijke deel van Schalkwijk, en gelukkig heeft de molen nog steeds voldoende wind, ondanks de ontwikkelingen in het stadsdeel.” De zorgen over de windcirculatie bij de bouw van nieuwe woningen zijn inmiddels van de baan.
De Eenhoorn is nog steeds in gebruik als paltrokmolen, wat betekent dat hij functioneert als houtzaagmachine. Van Schooten benadrukt dat dit mogelijk is dankzij een groep toegewijde vrijwilligers die met veel enthousiasme bijdragen aan het onderhoud. In 1993 onderging de molen een grondige restauratie, waarbij de buitenkant werd vernieuwd, terwijl het binnenwerk volledig authentiek bleef.
Vroeger zaagde de molen hout voor Haarlems Hout, dat lokaal stadshout verhief tot meubels en borrelplanken. Van Schooten herinnert zich de tijd waarin karrenvrachten met boomstammen naar de molen werden gebracht. “Hoewel de samenwerking met Haarlems Hout nu minder frequent is, hebben we hun houtvoorraad kunnen aankopen voor een aantrekkelijke prijs,” voegde hij toe.
Jos van Schooten komt uit een lange lijn van molenaars. “Mijn oma, Anna van Schooten, was al een molenaarsdochter en is geboren op molen De Slokop in Spaarndam,” vertelde hij met trots. Op de vraag of De Eenhoorn nog eens 250 jaar mee kan, lacht hij en zegt: “Ja, dat hoop ik, maar dat zal ik zelf niet meer meemaken.”
