Haarlem - Lokaal Nieuws

Verdachten dood Irene Winkel ook betrokken bij oplichting

Onderzoek naar fatale babbeltruc in Haarlem Twee mannen die verdacht worden van de dood van de 80-jarige Irene Winkel, zijn ook betrokken bij een oplichtings...

Onderzoek naar fatale babbeltruc in Haarlem

Twee mannen die verdacht worden van de dood van de 80-jarige Irene Winkel, zijn ook betrokken bij een oplichtingszaak in Haarlem. Dit werd duidelijk tijdens een voorbereidende zitting op 4 februari 2026. Winkel overleed in augustus vorig jaar nadat zij argwaan kreeg bij de komst van een nepagent aan haar deur in Amsterdam-Slotervaart.

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vastgesteld dat het gebruikte telefoonnummer van verdachte Benjamin H. ook verbonden is aan de oplichting van een slachtoffer in Haarlem. Samen met medeverdachte Ashraf Z. zou hij naar Haarlem zijn gereden voordat zij aan de babbeltruc bij Winkel deelnamen. Z. heeft zijn aandeel in de oplichting bekend, terwijl H. zich, net als in de zaak van Winkel, nog niet heeft uitgesproken.

De fatale babbeltruc begon met een telefoongesprek van vijftig minuten, waarin H. zich voordeed als agent. Hij waarschuwde Winkel dat haar woning het doelwit van inbrekers was en dat er een politieagent langs zou komen om haar hang- en sluitwerk te controleren. Op advies van H. legde Winkel haar sieraden klaar op tafel.

Bij de woning aangekomen, zou hoofdverdachte Oussama el G. binnen zijn gekomen, waar hij niet alleen de sieraden heeft gestolen, maar ook geweld heeft gebruikt tegen Winkel, wat uiteindelijk leidde tot haar overlijden. De officier van justitie heeft eerder verklaard dat El G. de vrouw tegen haar hoofd zou hebben geslagen, waarna zij viel en stierf. De beelden van zijn demonstratie van het geweld worden momenteel door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) onderzocht.

Tijdens de zitting vroegen de advocaten van Benjamin H. en Ashraf Z. om hun cliënten vrij te laten. Zij stelden dat er geen bewijs was dat hun cliënten verantwoordelijk waren voor het overlijden van Winkel en dat er geen opzet tot geweld bestond. Benjamin H. gaf aan bereid te zijn om mee te werken aan voorwaarden voor zijn vrijlating, omdat hij graag verder wil met zijn leven.

Echter, de rechtbank besloot om deze verzoeken af te wijzen. Er zal eerst onderzoek plaatsvinden door de reclassering naar mogelijke voorwaarden voor vrijlating. Bovendien is er volgens de rechtbank nog steeds risico op herhaling. De volgende zitting is gepland voor 29 april.

Share